Interview Daan Dekker - De Betonnen droom




Gefeliciteerd je boek staat in de top 10 non-fictie boeken bij Scheltema!


Hoe voelt dat voor je?


‘Geweldig. Ik heb bijna twee jaar ziel en zaligheid in dit boek gestopt. Buitenstaanders hebben vaak een romantisch beeld bij het schrijven van een boek. Het is ook een prachtig vak, maar het is ook zwoegen, ik doe er alles aan om het perfecte verhaal op papier te krijgen. Afgelopen zomer heb ik bijna geen zonnestraal gezien, zeven dagen per week zat ik achter mijn computer. It was worth it, zeg ik nu. Mensen reageren enthousiast, de recensies zijn uitstekend en de verkoop gaat goed. Zo’n top 10-notering bij Scheltema geeft me energie om door te gaan. Ik sta te popelen om aan een nieuw boek te beginnen.’


Na het boek De Brazilianen koos je een compleet ander onderwerp, hoe kwam je daarbij?


De betonnen droom gaat deels over de Bijlmer, toch trok vooral het levensverhaal van Siegfried Nassuth me over de streep. Nassuth, die in 2005 is overleden, is de ontwerper van de Bijlmer. Toen ik voor het eerst op zijn levensverhaal stuitte, wist ik meteen: hier zit een boek in. Zijn paradijselijke jeugd in Nederlands-Indië, de jaren waarin hij als dwangarbeider aan de Birmaspoorlijn werkte en daarna zijn gang naar Nederland. Nassuth, een groot idealist, trad na zijn studie bouwkunde in dienst bij de gemeente Amsterdam en werd verantwoordelijk voor het ontwerp van de Bijlmer, een wijk waar honderdduizend mensen zouden gaan wonen. Met de Bijlmer wilde hij een wijk maken waar de mens een stap vooruit zou zetten. Grote woningen in lange flats, veel groen, collectieve ruimtes waar bewoners elkaar konden verheffen, verhoogde autowegen zodat wandelaars nooit een auto tegen zouden komen. Op papier zag het er prachtig uit, maar de werkelijkheid was weerbarstiger. De Bijlmer werd een probleemwijk, de betonnen droom van Nassuth klapte uit elkaar. Over die teleurstelling kwam hij nooit helemaal heen.’


Was er een verschil voor jou in het proces van schrijven van de twee boeken?


‘Voor mijn eerste boek heb ik ongeveer twee jaar in Brazilië gewoond. Daar heb ik acht Braziliaanse voetballers opgezocht die ooit in Nederland hebben gevoetbald en hun levensverhalen opgetekend. Dat boek bestaat dus uit acht losse verhalen, De betonnen droom bestaat uit één verhaal. Toch is er één grote overeenkomst: de focus ligt op de mens. In De betonnen droom leren de lezers de mysterieuze en eigenzinnige Nassuth steeds beter kennen. Ik heb bijna een romanpersonage van hem gemaakt. Dat is ook mijn doel bij het schrijven. Mijn boeken moeten lezen als een roman, zo wil ik onderwerpen die op het eerste gezicht minder sexy lijken aantrekkelijk maken. De lezer moet het verhaal ingetrokken worden en aan het denken worden gezet. Zou ik zo’n leven kunnen leiden?’


Voor welke keuzes heb je bij het schrijven van De betonnen droom gestaan?


‘Ik heb lang over de opbouw van het boek getwijfeld. Uiteindelijk heb ik voor twee verhaallijnen gekozen. De ene verhaallijn begint in Indonesië aan de voet van de Salak, de vulkaan die Siegfried als kind graag beklom. De andere verhaallijn begint op 13 december 1966, de dag waarop de Amsterdamse Burgemeester Gijs van Hall de eerste Bijlmerpaal in de grond sloeg. Aan het einde van het boek komen de Nassuth- en Bijlmerverhaallijn bij elkaar.’





Heb je 'darlings' moeten killen?


‘Uiteraard en daar heb ik geen problemen mee. Een anekdote moet in dienst staan van het verhaal. Vele prachtige anekdotes hebben het boek daarom niet gehaald. Soms probeerde ik de anekdotes nog wel in het verhaal te verwerken. Als ik de passage dan herlas, merkte ik dat het niet lekker liep. Dan is er maar één oplossing: schrappen.’


Wat is jouw band met de Bijlmermeer?


‘Het is de wijk waar ik een boek over heb geschreven. Alleen daarom zou de wijk me altijd dierbaar blijven. Daarnaast hou ik van de sfeer in de buurt. Ik woon zelf in het centrum van Amsterdam. Daar is het altijd druk en heeft iedereen haast. In de Bijlmer is de sfeer veel relaxter. Daar groeten de mensen elkaar, stoppen de auto’s voor een zebrapad en heb je geen last van bellende fietsers. Daarnaast is Amsterdam nergens zo multicultureel als in de Bijlmer, dat heeft iets bevrijdends. Even weg uit de blanke bubbel.’


Wat vind je het mooist aan de Bijlmermeer?


‘Iedereen die nooit in de Bijlmer is geweest, raad ik aan om de metro naar station Ganzenhoef te pakken. Daar moeten ze uitstappen en naar station Kraaiennest lopen. Er is in de Bijlmer veel gesloopt, maar tussen deze twee metrostations is het gedachtegoed van Nassuth nog springlevend. De enorme honigraatflats, het groen ertussen, het metroviaduct dat ertussendoor loopt. Futurisme uit de jaren zestig, ik vind het prachtig.’


Heeft je boek iets veranderd aan jouw beeld van de Bijlmer?


‘Absoluut. Net als veel Nederlanders had ik vroeger een negatief beeld van de buurt. Je zal er maar wonen, dacht ik. Een kortzichtige gedachte, weet ik nu. Door me in het verhaal achter de Bijlmer te verdiepen, ben ik de wijk gaan waarderen. Het plan van Nassuth was gewaagd en heel goed doordacht. Door met andere ogen naar het Bijlmerbeton te kijken, ben ik de schoonheid ervan gaan zien.’


Waar gaat je volgende boek over?


‘Waarschijnlijk Suriname, een land dat me altijd heeft gefascineerd. Een stukje tropen waar Nederlands wordt gepraat. Ik zou me graag in de geschiedenis van het land gaan verdiepen en daar een prachtig boek over schrijven.’


En heb je tips voor beginnende schrijvers?


‘Twee tips eigenlijk. Schrijf alleen over onderwerpen die je echt grijpen, anders houd je het niet vol. En wees gedisciplineerd, dan bereik je de finish vanzelf.’